Inleiding

Wat maakt een begeleidingsrelatie betekenisvol? Het is een vraag die velen in het begeleidingskundige veld bezighoudt. Centraal staat vaak de professionele nabijheid: de kwaliteit van het contact waarin begeleider en deelnemer zich in de ontmoeting tot elkaar verhouden. In die nabijheid speelt soms een ander, kwetsbaar fenomeen een rol: zelfonthulling. De begeleider die iets van zichzelf laat zien, niet als instrumenteel voorbeeld, maar als mens – vanuit een gedeelde menselijkheid.

Zelfonthulling roept echter ambivalentie op. Enerzijds wordt het gezien als een bron van echtheid en gelijkwaardigheid in de relatie (Rogers, 1957; Timmermans, 2022), anderzijds als potentieel grensoverschrijdend of belastend voor de deelnemer (Schnellbacher & Leijssen, 2008). De vraag dient zich dan aan: is zelfonthulling als begeleider gepast? En onder welke condities kan het bijdragen aan het proces van de ander – en van de begeleider zelf?

Dit essay onderzoekt de begeleidingskundige betekenis van zelfonthulling vanuit een persoonlijke ervaring, gebaseerd op een fenomenologisch onderzoek (Van de Graaf, 2022). Uitgangspunt is een beslissend moment in de praktijk van supervisie, waarin een eigen kwetsbaarheid onverwacht gedeeld werd met een supervisant. Deze ervaring bracht thema’s aan het licht als verbondenheid, eenzaamheid en professionele identiteit. In dit essay wordt deze ervaring verkend en theoretisch geplaatst, met als doel bij te dragen aan het gesprek over de rol van het Zelf in begeleidingsrelaties….

Wil je verder lezen? stuur mij een bericht en ik stuur je het essay op.


Tussen nabijheid en terughoudendheid: over de begeleidingskundige betekenis van zelfonthulling.

door mrt 31, 2024Begeleidingskunde, informatie